Verhaal

Sport in Vollenhove in de jaren twintig

Auteur: 
H. Steenbruggen

Destijds was er in Vollenhove geen sportvereniging. Wel was er voor een aantal families gelegenheid om 's zomers aan zwemmen (eigenlijk meer 'baden') te doen. Hiertoe werd elk jaar in de voorzomer door timmerman van der Vegt aan het uiterste puntje van de Voorst een uit houten schotten bestaand badhuisje in elkaar gezet. Dit bevatte aldus een achttal badhokjes en een zonneplankier.

Het water was er erg ondiep. Als je het houten trapje afging, moest je eerst over de nogal stenige bodem waden aleer je op de stevige zandbodem was, en dan ging je nog een heel eind verder voor je in wat dieper water kwam. Het gebeurde nogal eens dat bij hevige noordwester storm het hele badhuisje door de erop beukende golven weggeslagen werd. Het was dan voor van der Vegt een hele klus om langs de kust, richting Zwartewater, de schotten bijelkaar te zoeken en er weer een badhuisje van te maken.

ln de winter kon er bij voldoende vorst geschaatst worden. De ijsbaan bevond zich in de richting van de Voorst, op het lage terrein tussen de dijk en de paalbeschoeiing bij de zee. Hier werden kortebaanwedstrijden gehouden. Het ging daarbij om geldprijzen. Daarbij ging het vaak fel toe, want elke cent was in de moeilijke wintertijd welkom.

Wat ijsvermaak betreft, dient speciaal de winter van 1929 vermeld te worden. De havens waren dichtgevroren, ja zelfs de hele Zuiderzee was dicht gevroren. Als schooljongens boften we dat we een hoofdmeester hadden die zeer sportief was aangelegd: meester De Jong. Regelmatig kregen we dan ook ijsvrij. Meester De Jong nam ons dan mee de bevroren zee op. ln herinner me tochten naar Blokzijl, en een keer tot bij Kraggenburg.

Meester De Jong was ook een voetballiefhebber. Diverse keren, zo tegen het einde van de schooldag, haalde hij de jongens van de hoogste klassen bijeen en tekende ons op het schoolbord de opstelling van het elftal en hoe het samenspel moest plaatsvinden. Ook riep hij met het plan rond een voetbalclub op te richten. Een naam had hij al bedacht: FULNAHO.

Er was in Blokzijl een gymnastiekvereniging: A.D.V.E.N.D.O., hetgeen stond voor Aangenaam Door Verpozen En Nuttig Door Oefening.. Mijn vader was daar lid van. Hij was er voorturner Ik was bij de jeugdafdeling. Een keer gaf Advendo een demonstratie-avond in Vollenhove in het Nutsgebouw. Mijn vader, die nogal klein van postuur was, liet daar enige salto’s aan het hoogrek zien. Dit ontlokte aan de in de zaal aanwezige baron Sloet de opmerking: “dat keerl'ke kan d’r wel wat van”.

Het bovenstaande geeft weer hetgeen in mijn herinnering over het onderwerp 'sport' in de jaren 1924-1930 in Vollenhove te vermelden valt.

*Kondschap, juni 1995

Reacties