Verhaal

De moordzaak die Vollenhove choqueerde

Auteur: 
Eline Huls

Een ochtend als zovele, die zeventiende van oktober in 1878. De bakker was vroeg opgestaan om het brood te bakken voor de inwoners van het kleine plaatsje. De slager was al vroeg in de weer met de verschillende soorten vlees. De vrouwen waren al bezig met hun huishoudelijke taken. Eigenlijk deden alle inwoners van Vollenhove wat ze moesten doen, precies zoals ze dat elke dag deden en zoals dat van hen verwacht werd.

Hoewel het dus een dag als alle andere leek, was niets minder waar. Deze dag was verre van gebruikelijk en het zou niet lang duren voordat iedereen in het stadje Vollenhove dat zou weten. Niet iedereen hield zich namelijk aan de gebruikelijke gang van zaken. Veldwachters De Liefde en Bastings weken af van dit dagelijks patroon. Diezelfde ochtend waren zij niet verschenen op het stadhuis, iets wat zij om 9 uur ’s ochtends wel hoorden te doen.

Zoekactie

Nu was dit voor Bastings nog niet zo heel uitzonderlijk. Het kwam wel vaker voor dat hij na zijn nachtelijke surveillance langer wegbleef. Dit was echter niks voor De Liefde. Toen ze rond 11 uur nog niet gezien waren, werd er een zoekactie op touw gezet. De vissers in de haven werd gevraagd mee te helpen met zoeken en alle mannen die hun werk tijdelijk neer konden leggen deden dit en sloten zich bij de groep aan die naar de twee veldwachters op zoek ging. Ook de burgemeester van Vollenhove hielp mee met het zoeken.

Al uren liepen ze rond in natuurgebied De Voorst, net buiten de officiële stadsgrenzen van Vollenhove op zoek naar de vermiste veldwachters. In al die uren tijd was er nog geen spoor gevonden. Er was geen enkele aanwijzing die iets vertelde over de verblijfplaats van Bastings of De Liefde. Toch bleef de groep onvermoeibaar zoeken. Was het nieuwsgierigheid voor wat ze zouden zien? Of wilden ze oprecht het vermiste duo zien te vinden? Dachten ze dat de mannen überhaupt nog in leven waren of hadden ze die hoop eerder die dag al verloren?

Het was uiteindelijk iets na vier uur in de namiddag toen de vermiste mannen gevonden werden. Of beter gezegd; wat er nog van hen over was. In een moerassige kuil, onder water en modder, werden de verminkte lichamen gevonden, toen een van de zoekers met zijn hark ergens op stuitte. Het bleek een van de laarzen van Bastings te zijn, die in een ondiepe plas water lag. Zijn collega De Liefde werd enkele meters verderop in het hoge gras gevonden. Het aanzicht van de lichamen was allesbehalve prettig. Bastings bleek doodgeschoten te zijn. De kogel had hem in de hals geraakt en er voor gezorgd dat zijn strottenhoofd vrijwel volledig was verdwenen. De Liefde was nog zwaarder toegetakeld. Zijn lichaam was bewerkt met een mes en in zijn gezicht waren meerdere sneeën te zien. Zijn hals was volledig opengesneden en ook zijn tongbeen zat los. Alsof dat nog niet genoeg was, waren beide mannen ook beroofd van hun geld en andere waardevolle spullen. Een dokter laten komen was verspilde moeite. Iedereen kon zien dat beide mannen dood waren, daar kon een dokter niks aan veranderen.


De vorige avond

“Dus je gaat bijna in ondertrouw.” Hij keek zijn collega aan, terwijl ze door het gras liepen. De Liefde knikte bevestigend. “Ja, nog twee dagen. Heb je nog tips?” Bastings was al een aantal jaar getrouwd, vijftien om precies te zijn, en hij kon inmiddels uit eigen ervaring veel vertellen over het leven als getrouwde man. Momenteel was zijn vrouw in verwachting van hun zevende kind. Soms was het best lastig. Zoveel kinderen vergde tijd en aandacht, maar hij en zijn vrouw hadden een goed huwelijk en ze konden het samen prima redden. Een antwoord op de vraag zou hij zijn collega altijd schuldig moeten blijven. Want juist op dat moment zagen ze de drie mannen. Bastings onderdrukte een gevoel van blijdschap. Dit was het moment waar hij al maanden op wachten.
Hij wist dat er mensen waren die zich bezig hielden met stropen. Dat was ook de reden dat hij naar Vollenhove verhuisd was. Hij had al jaren ervaring als veldwachter en hij had al enige tijd een verdachte op het oog voor de stroperijen: Gerrit Nieuwenhuis.

Bastings vertrouwde Gerrit Nieuwenhuis niet. Recentelijk had hij Nieuwenhuis nog zijn huis uit zien komen met twee geweren. Gisteren, vijftien oktober, had hij gezien hoe Gerrit een van de geweren aan zijn broer Klaas gaf. Wat moesten ze daarmee?
Deze gebeurtenis had er voor gezorgd dat Bastings besloten had om de heren goed in de gaten te houden en dat was precies wat hij en De Liefde op dat moment aan het doen waren. Nu konden ze de mannen namelijk op heterdaad betrappen en inrekenen.
Wat de twee veldwachters op dat moment niet wisten is dat dit hun laatste avond op aarde zou zijn.  De broers Gerrit en Klaas Nieuwenhuis en hun vriend Arend Jongman zouden zich niet snel gewonnen geven. Sterker nog, ze hoefden zich niet gewonnen te geven want ze zouden de strijd winnen.


Een aantal dagen later

Gerrit en Klaas Nieuwenhuis werden al gauw als verdachten beschouwd in deze dubbele moordzaak. De gebroeders Nieuwenhuis waren beslist niet geliefd in de stad. Ze waren agressief en het zou zeker niet de eerste keer zijn dat ze met justitie in aanraking zouden komen. Meer was er niet nodig om de geruchten op gang te helpen. Later werd bekend dat zij niet alleen gehandeld hadden. De vrouw van een visventer zag hoe Arend Jongman zijn bebloede kleren en laarzen probeerde schoon te spoelen. Toen zij hem hier op aansprak, kreeg zij geen reactie. Het voorval liet zij vervolgens rusten. Naar eigen zeggen omdat ze niks met de gebeurtenis te maken wilde hebben.

De aangifte vond alsnog plaats en Jongman bekende al gauw dat hij inderdaad geholpen had met het verplaatsen van een lichaam naar de plek waar de veldwachters uiteindelijk gevonden waren. Om ook een bekentenis van de broers Nieuwenhuis te ontlokken, nam de officier van Justitie de drie mannen mee naar de plaats van het onheil, een veelvuldig gebruikte methode om verdachten zo ver te krijgen dat ze hun misdaden zouden bekennen. Ditmaal ging het allemaal niet zo makkelijk. De mannen zwegen. Geen van hen was bereid om een bekentenis af te leggen over de moord op Bastings en De Liefde, tot ergernis van de officier van Justitie. Hoe moest hij ze nu veroordeeld krijgen?

Getuigen

Om het proces te kunnen versnellen werden er zeker veertig mogelijke getuigen gehoord. Wat konden zij zich nog herinneren van die bewuste avond? Hadden ze iets gezien? Misschien iets gehoord? Een van de getuigen vertelde dat hij die avond een woordenwisseling had gehoord in het gebied op De Voorst. Deze woordenwisseling zou opgevolgd worden door een schot. Toen het gebied later nog eens doorzocht werd, vond men nog de pet van Bastings en de sabel en mantel van De Liefde.

In afwachting van hun proces, werden de drie verdachten naar de gevangenis van Zwolle getransporteerd.  Tijdens deze rit werd goed duidelijk dat het stel zich een ware volkswoede op de hals had gehaald.  Mensen langs de kant waren goed kwaad. Langs de route werd volop geschreeuwd. Tijdens het passeren van Zwartsluis wilden de toeschouwers de wagen die Jongman en de broers Nieuwenhuis vervoerde, het water in duwen. Veel verder dan het lostrekken van een plank van kwamen de omstanders echter niet.
Ook in Zwolle waren de mensen goed kwaad. “Laat ze maar los!” schreeuwden de mensen daar. “Laat ze maar los, dan zullen wij wel met ze afrekenen!” Uiteindelijk werden de daders schuldig bevonden en veroordeeld. Gerrit kreeg 25 jaar. De twee andere werden veroordeeld tot een celstraf van 20 jaar.

*Dit verhaal is op papier gezet door Eline Huls en is in het kader van het oral-history project van de School voor Journalistiek aan Hogeschool Windesheim tot stand gekomen.

Reacties

afbeelding van P. Bastings
Kwam een krantenartikel tegen over deze gebeurtenis toen ik mijn naam intikte op een krantenarchief site..ben toen verder gaan zoeken en las dit artikel....selliant detail, ik werk als moderne veldwachter,...gelukkig wel in andere tijden....